**1..** Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de periode tot en met april, over de periode tot en met augustus en over de periode tot en met december van het lopende boekjaar.
**2..** De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen:
een eerste rapportage vóór 15 juni van het lopende begrotingsjaar;
een tweede rapportage vóór 15 oktober van het lopende begrotingsjaar;
een derde rapportage vóór 15 februari van het volgende begrotingsjaar.
**3..** De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij die van de (programma)begroting.
**4..** De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van:
inkomsten uit de algemene uitkering;
formatieaangelegenheden;
voortgang “grote klussen”;
de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;
resultaten uit grondexploitatie;
realisatie op begrote subsidieverwachtingen.
**5..** Het college informeert in ieder geval de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van (niet specifiek in de begroting benoemde) zaken, die de raad bij de vaststelling van de begroting als zodanig aanwijst.
Hoofdstuk
Artikel 7.