De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning
is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als
bedoel in artikel 6, eerste lid,
onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met een aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van
langer dan 24 weken wordt onderbroken.