Naar hoofdinhoud
1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; Een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever. een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid. 4.. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. 5.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2,  lid 4  is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 6.. Lid 4 is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders is of een door het college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. 7.. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel