**1..** Het verzoek van belanghebbende tot een betalingsregeling of betalingsvoorstel kan door het college worden afgewezen indien belanghebbende beschikt over vermogen dat, gelet op de omstandigheden van belanghebbende, redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden.
**2..** Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen: het aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 lid 3 Participatiewet.
**3..** Indien het college toepassing geeft aan lid 1 vermeldt het besluit, naast de reden van het opleggen van de aflossingsverplichting ineens, tevens het bepaalde in artikel 9 lid 1 sub b en c van deze regeling.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 14
Aflossingscapaciteit en vermogen
Onderdeel van Beleidsregel terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015