**1..** Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt, in overeenstemming met een door het college vast te stellen nadere regeling, een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede gebruikt mag worden voor privé doeleinden.
**2..** Het college brengt de door haar vast te stellen regeling als bedoeld in lid 1, ter kennis aan de raad.
**3..** De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
**4..** Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Hoofdstuk III
Artikel 19
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014