In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
a.peuterspeelzaalwerk:
het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende maximaal twee dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen.
b.Peuterplaats:
peuterbezoek van maximaal vijf uur, verdeeld over twee dagdelen per week aan de peuterspeelzaal, gedurende 40 weken per jaar.
c.VVE peuterplaats:
peuterbezoek van maximaal 10 uur of 4 dagdelen per week, gedurende 40 weken per jaar waarin de doelgroep peuter Voorschoolse educatie (VVE) aangeboden krijgt conform de eisen zoals deze zijn gesteld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
d.Peuterspeelzaal:
een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt.
e.Houder:
degene die een kindercentrum exploiteert in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
f.Ouderbijdrage:
de bijdrage per maand die de houder per peuterspeelzaal vraagt aan ouders conform de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterspeelzaalwerk. De tabel wordt jaarlijks aangepast aan het besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang van elk jaar.
g.Peildatum:
1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.
h.Onderwijsachterstand:
achterstand op het gebied van onderwijs en opleidingsniveau, bijvoorbeeld door een taalachterstand of leerachterstand.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieregeling Bestrijding Onderwijsachterstanden Utrechtse Heuvelrug 2015