**1..** Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of zijn ouders (of degene die het gezag heeft over het kind) alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 6, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. . Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
**2..** Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
**3..** Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
** 4. .** Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet wordt in principe aangevraagd tot het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
** 5. .** In afwijking op artikel 5, lid 4 is verlengde jeugdzorg mogelijk in de volgende gevallen:
Jeugdreclassering van een jeugdige ouder dan 17 jaar waaraan de rechter een maatregel onder het Jeugdstrafrecht heeft opgelegd. Jeugdreclassering geldt in principe tot 23 jaar, ook als de hulp door een andere wet kan worden gefinancierd.
Jeugdige krijgt jeugdhulp en voortzetting van deze hulp na 18 jaar is noodzakelijk.
Vóórdat jeugdige 18 jaar is, is bepaald dat jeugdhulp na het 18e noodzakelijk is.
Na beëindiging jeugdhulp - die startte voordat de jeugdige 18 jaar was -, is bepaald dat hervatting van deze hulp binnen 6 maanden noodzakelijk is.
De jeugdige valt onder Pleegzorg. Een pleegzorgrelatie loopt in principe tot 21 jaar en kan alleen eindigen voor het 21e jaar wanneer pleegkinderen dit zelf willen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 5