Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.2

Samenstelling Rekenkamercommissie.

Onderdeel van Verordening op Rekenkamercommissie gemeente Emmen 2004

De Rekenkamercommissie bestaat uit zeven leden die door de raad op de volgende wijze worden aangewezen: drie leden worden op voordracht van het presidium door de raad uit zijn midden aangewezen voor een periode die gelijk is aan de zittingsduur van de zittende gemeenteraad; vier leden worden door de raad van buiten de kring van zijn leden aangewezen op voordracht van het presidium voor een periode van 3 jaar; deze leden kunnen door de raad op voordracht van de Rekenkamercommissie een keer worden herbenoemd voor een gelijke periode. De leden zoals bedoeld in het vorige lid sub B leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)” De Rekenkamercommissie wijst uit de leden genoemd in lid 1 sub B een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.

Rechtspraak bij dit artikel