**1..** De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak, of indien dit later is, op het tijdstip waarop de
belastingplicht aanvangt.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt
dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50.
**4..** Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor
de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting al dan niet tezamen
met andere heffingen aangemerkt als één aanslagbiljet.
**5..** Bij toepassing van maand-, week- en dagtarieven wordt geen ontheffing
verleend.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en inning van precariobelasting 2015