**1..** De staat van onderhoud waarop de scholen (met uitzondering van de scholen die volgens het IHP nieuwbouw krijgen) op 1 januari 2015 volgens een meerjarenonderhoudsplanning zijn overgedragen volgens NEN 2767 mag bij einde gebruik van het schoolgebouw 1 niveau lager zijn dan in de meerjarenonderhoudsplanning. Daar waar dit niet realistisch is vindt vroegtijdig (op het moment dat het schoolbestuur onderhoudswerk niet meer wil uitvoeren omdat bijvoorbeeld het voorbestaan van de school onzeker is en de investering niet in verhouding is tot de opbrengst) overleg plaats op verzoek van het schoolbestuur.
**2..** Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein. Hierbij rekening houdend met mogelijk gemaakte afspraken onder 1 genoemd.
**3..** Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt.
**4..** De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag opgemaakt in opdracht van het college.
**5..** Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag.
**6..** Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt.
**7..** Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 28.
Staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brummen