Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3:

Artikel 9

Initiatief vanuit de kiezers

Onderdeel van Referendumverordening

1.. Een verzoek van kiesgerechtigden om een referendum te houden dient uiterlijk 5 dagen voor de plenaire behandeling van het conceptraadsbesluit bij de raad te worden ingediend. Het verzoek moet zijn voorzien van de handtekeningen van 75 kiesgerechtigden. 2.. In het verzoek wordt aangegeven welke groep van ten minste twee en ten hoogste vijf van de ondertekenaars voor het vervolg van de procedure zal fungeren als gesprekspartners namens de indieners. 3.. Voorafgaand aan de plenaire behandeling als bedoeld in het eerste lid adviseert de referendumkamer de raad over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Indien het college of een of meer leden van de raad van mening zijn dat het verzoek niet behoort te worden ingewilligd, stellen zij de referendumkamer hiervan tijdig in kennis. Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies stelt de referendumkamer de meest betrokkenen in de gelegenheid hun opvattingen hierover nader toe te lichten. 4.. Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid verzoekt de griffier het college om te onderzoeken of het verzoek door een voldoende aantal kiezers is gedaan. 5.. Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen de gestelde termijn is ingediend, stelt het presidium de raad voor om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. 6.. Indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, wijst de raad het verzoek af. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed, afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt, dat een bovenlokaal karakter heeft, of waarbij de raad vaststelt dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, om te handelen conform een van de mogelijke uitslagen van het referendum. 7.. Als de raad heeft besloten de kiesgerechtigden in de gelegenheid te stellen een definitief verzoek in te dienen, wordt het desbetreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld, met dien verstande dat het conceptbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming wordt gebracht maar wordt aangehouden. 8.. Zo spoedig mogelijk na het besluit om de kiesgerechtigden in de gelegenheid te stellen een definitief verzoek in te dienen, treedt de referendumkamer in overleg met vertegenwoordigers van de raad en van de indieners over de vraagstelling. Tenzij het presidium instemt met een andere periode, brengt de referendumkamer binnen twee weken na het genoemde besluit advies uit over de vraagstelling. 9.. De raad stelt met inachtneming van het advies in de eerstvolgende vergadering de vraagstelling vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel