Voordat het college het programma en het overzicht
vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats vóór
1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het
vast te stellen programma betrekking heeft.
De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee weken voor
de door het college vastgestelde datum schriftelijk in
kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de
voorgenomen inhoud van het voorstel.
De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede
lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
overleg hiervan in kennis.
Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van
de tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte
zienswijzen en van de reactie van het college op deze
zienswijzen. Het verslag wordt toegezonden aan alle bevoegde
gezagsorganen.
Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de
Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
voorgenomen inhoud van het programma, in relatie tot de
vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, maakt
dit kenbaar tijdens het overleg als bedoeld in het eerste
lid. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het
advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt
tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de
vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. Het
verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen
worden opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde
lid.
Het college is belast met de indiening van een verzoek om
advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgt het college
ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig
zijn voor de beoordeling van het verzoek, waaronder het
schriftelijk verslag van het overleg.
Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel
of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad
zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de
voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde
gezagsorganen door het college bij de toezending van het
afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader
overleg.
In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending
van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad.
Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
twee weken plaats na toezending van het advies van de
Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college
maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het
verslag als bedoeld in het vierde lid.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 10
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Nuenen 2015