**1..** Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt het
college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering
van de op het programma geplaatste voorziening. In dit overleg
wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering
van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing,
afspraken gemaakt over:
het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair
onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs;
het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
begroting door de aanvrager;
indien van toepassing, een andere wijze van uitvoering
van het besluit met inachtneming van het beschikbaar te
stellen bedrag;
de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting
toetst, en of het naar het oordeel van het college
noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de
begroting rekening te houden met feiten en
omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het
moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het
eerder genomen besluit kan worden herzien.
de controle op en het afleggen van verantwoording over
de besteding van de beschikbaar te stellen
middelen.;
de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt met als
uitgangspunt dat op opdrachten onder het Europese
drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgelegd in het
Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing zijn;
tevens is het gemeentelijke aanbestedingsbeleid van
toepassing.
de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van
het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen
voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 8%
van het geraamde investeringsbedrag.
**2..** De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg
niet tot overeenstemming heeft geleid, legt het college
schriftelijk vast in een verslag, dat het binnen vier weken na
afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager brengt.
Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of
binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft
gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud van het
vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
overeenstemming te zijn bereikt.
**3..** Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het college
binnen vier weken nadat overeenstemming is bereikt een
beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het
bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige
toepassing.
**4..** Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het
tweede lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat
het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mede aan de
aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
uitvoering van de voorziening wordt opgeschort.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 13
Overleg wijze van uitvoering
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Nuenen 2015