Bij afwijkingen van het bestemmingsplan ex artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo (uitgebreide Wabo-procedure) op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht categorieën van gevallen aan te wijzen waarbij een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) niet is vereist. Dit betreft de volgende categorieën van gevallen:
Plannen, waarbij een andere functie in feitelijk bestaande bebouwing binnen de bebouwde kom– die qua afmetingen ongewijzigd blijft - wordt omgezet naar een woonfunctie;
Plannen waarbij bij bestaande sportaccommodaties lichtmasten worden geplaatst met een maximale hoogte van 18 meter;
Plannen waarvan de ontwerpverklaring van geen bedenkingen ter inzage heeft gelegen en waartegen geen zienswijzen zijn ingediend;
Plannen, waarbij met maximaal 10% wordt afgeweken van de hoogtemaat of oppervlaktemaat genoemd in artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (de zogenaamde ‘kruimelgevallenlijst’);
Plannen, waarbij met maximaal 20% wordt afgeweken van de in een geldend bestemmingsplan gehanteerde maatvoering;
Plannen, waarbij alléén sprake is van het herstellen van een duidelijke aantoonbare omissie in het huidige geldende bestemmingsplan.
Onder de voorwaarde dat:
daar waar binnen de grenzen van bovengenoemde categorieën de besluitvorming naar het oordeel van het college ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente (politiek; financieel-economisch organisatorisch of anderszins) de aanvraag wordt voorgelegd aan de raad voor een verklaring van geen bedenkingen.
Artikel 1
Afwijkingen bestemmingsplan
Onderdeel van Delegatiebesluit ruimtelijke ordening en trouwlocaties