In afwijking van het bepaalde in artikel 11 wordt, indien een
belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en
toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt
verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij
herhaling schenden van de inlichtingenplicht, gedurende een
tijdvak van drie maanden gerekend vanaf de start van de
verrekening, in de eerste maand een verlaging toegepast van 100%
van de bijstandsnorm.
In de tweede en derde maand van het tijdvak van drie maanden als
bedoeld in het eerste lid, wordt de verlaging gematigd tot 20%
van de bijstandsnorm. Artikel 2, vierde lid, van de Verordening
verrekening bestuurlijke boete bij recidive Someren is hierbij
van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Someren 2015