**1..** De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 en de Algemene wet
bestuursrecht.
**2..** Deze verordening verstaat onder
De wet: de Participatiewet
Bbz: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
Ioaw: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
Ioaz: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
belanghebbende: persoon met recht op een bijstandsuitkering
ingevolge de wet, Bbz, Ioaw of Ioaz;
Zelfstandige: een zelfstandige als bedoeld in artikel 78 f
van de wet;
Jongere: een meerderjarig persoon jonger dan 27 jaar;
Norm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld
onder artikel 5 sub c van de wet of de op belanghebbende van
toepassing zijnde netto grondslag bedoeld in artikel 5,
vierde lid Ioaw/Ioaz;
Bijstandsuitkering: de bijstand als bedoeld onder artikel 5
sub a van de wet of de uitkering ter hoogte van grondslag
bedoeld in artikel 5, vierde lid Ioaw/Ioaz
het college: het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Heumen;
de raad: de gemeenteraad van de gemeente Heumen;
oneigenlijk gebruik: het ten onrechte ontvangen van
bijstandsuitkering, als gevolg van het door belanghebbende
handelen in strijd met het doel en de strekking van de wet,
Bbz, Ioaw en Ioaz;
zeer ernstig misdragen: het door de belanghebbende op een
dusdanige wijze benaderen van het college, dan wel onder hem
ressorterende personen die belast zijn met de uitvoering van
de wet, dat dezen zich op een fysieke of psychische wijze
dan wel een combinatie van beide, bedreigd voelen, onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
uitvoering van de wet;
onverwijld uit eigen beweging mededelingen verstrekken: het
moment waarop een belanghebbende geacht wordt
direct nadat het feit zich heeft voorgedaan;
dan wel zodra de belanghebbende kennis heeft van
toekomstige feiten;
doch uiterlijk bij het eerstvolgende
rechtmatigheidsonderzoeksformulier;
of, indien het rechtmatigheidsonderzoeksformulier
niet van toepassing is, voor de eerste van de dag
van de maand volgend op de maand waarin het feit of
de omstandigheid als bedoeld in artikel 17 van de
wet, artikel 13 Ioaw en artikel 13 Ioaz zich heeft
voorgedaan;
tegenprestatie: de door het college opgedragen onbeloonde
maatschappelijk nuttige werkzaamheden;
maatregelwaardige gedraging: een gedraging die een verlaging
van de norm of bijzondere bijstand op grond van deze
verordening tot gevolg heeft.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet c.a. 2015