Gedragingen van belanghebbenden die schending opleveren van in de wet,
Bbz, Ioaz en Ioaw genoemde verplichtingen, worden onderscheiden in de
volgende categorieën:
Eerste categorie:
zich niet of niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, dan wel de registratie niet of
niet tijdig laat verlengen.
Tweede categorie:
het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen,
uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als
bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet.
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om
op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in
verband met de arbeidsinschakeling;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling
dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor
scholing, opleiding of sociale activering;
het niet verrichten van de door het college opgedragen
tegenprestatie.
Derde categorie:
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken
verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat
heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de
arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in
artikel 9a, eerste lid, van de wet.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken
de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, van de Ioaw of artikel 37, eerste lid,
onderdeel e, van de Ioaz niet te willen nakomen, wat
heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de
arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld
in artikel 38, eerste lid, van de Ioaw of artikel 38,
eerste lid, van de Ioaz.
Indien een jongere in de 4 weken na melding geen of
onvoldoende inspanningen heeft verricht om regulier
bekostigd onderwijs te verkrijgen en recht heeft op een
bijstandsuitkering;
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld
in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de wet, voor
zover het gaat om een jongere, gedurende vier weken na
een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde
lid, van de wet, voor zover deze verplichtingen niet
worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de
wet.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden voorziening als bedoeld in de
artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel
e, van de Ioaw of de artikelen 36, eerste lid, en
artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaz
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde
arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor
zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld
in artikel 18, vierde lid, van de wet
Vierde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid,
terwijl aanspraak wordt gemaakt wordt op een uitkering
op grond van de Ioaw of Ioaz;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste
lid, onder a of b, van de Ioaw of artikel 20, tweede
lid, onder a of b, van de Ioaz;
HOOFDSTUK 4.
Artikel 9.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet c.a. 2015