Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 9.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet c.a. 2015

Gedragingen van belanghebbenden die schending opleveren van in de wet, Bbz, Ioaz en Ioaw genoemde verplichtingen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dan wel de registratie niet of niet tijdig laat verlengen. Tweede categorie: het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet. het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met de arbeidsinschakeling; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing, opleiding of sociale activering; het niet verrichten van de door het college opgedragen tegenprestatie. Derde categorie: het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaw of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaz niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ioaw of artikel 38, eerste lid, van de Ioaz. Indien een jongere in de 4 weken na melding geen of onvoldoende inspanningen heeft verricht om regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen en recht heeft op een bijstandsuitkering; het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de wet, voor zover het gaat om een jongere, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de wet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de wet. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaw of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaz het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet Vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, terwijl aanspraak wordt gemaakt wordt op een uitkering op grond van de Ioaw of Ioaz; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a of b, van de Ioaw of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de Ioaz;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel