Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2002

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers per te bespreken onderwerp gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren. De voorzitter kan, indien hij dat noodzakelijk acht voor een verantwoorde uiteenzetting door de insprekers, deze termijn ruimer toepassen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiesecretaris. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Vervolgens kunnen door de spreker de vragen beantwoord worden die vanuit de commissie gesteld worden. De commissiebehandeling van het betreffende onderwerp vindt direct daarna plaats. De voorzitter stelt insprekers in de gelegenheid nog een slotreactie te geven ná de standpuntbepaling door de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel