De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.
De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.
De voorzitter is belast met:
a het leiden van de vergadering;
b het handhaven van de orde;
c het doen naleven van deze verordening;
d hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervanger van de voorzitter aan. De plaatsvervanger dient lid te zijn van de raad.