Het College van Burgemeester en Wethouders wijst aan:
3.1 als ontvanger gemeentelijke belastingen, de teamleider Heffing en invordering van de afdeling Belastingen;
als ontvanger parkeerbelastingen, de directeur van Coöperatie ParkeerService UA;
indien ter zake van een gemeentelijke belasting van een andere gemeente dan Amersfoort exploot moet worden gedaan, een akte van vervolging betekend of een dwangbevel ten uitvoer gelegd, als bedoeld in artikel 256 van de Gemeentewet, blijft daartoe bevoegd de in de functie van belastingdeurwaarder van de gemeente Amersfoort benoemde functionaris.
Artikel 4 Aanwijzing van de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet WOZ.
Het College van Burgemeester en Wethouders wijst aan als de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet WOZ, de in artikel 2, onderdeel 2.1 van dit besluit genoemde functionaris.
Artikel 5 Aanwijzing van gemeentelijke belastingambtenaren ten aanzien waarvan de inlichtingenverplichting geldt.
Het college wijst aan de volgende gemeenteambtenaren belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen, jegens wie mede gelden de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen en de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet:
De medewerkers van het team Heffing en Invordering van de afdeling Belastingen;
De medewerkers van Coöperatie ParkeerService UA die zijn benoemd als gemeenteambtenaar en aangewezen voor de uitvoering van taken op het gebied van de gemeentelijke parkeerbelastingen;
Het college wijst aan de volgende gemeenteambtenaren jegens wie mede gelden de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49, 50, 51 en 53a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 31 van de Wet waardering onroerende zaken:
De medewerkers van het team Waardering onroerende zaken van de afdeling Belastingen;
Artikel 6 Mandaatverlening aan belastingambtenaren
Het College van Burgemeester en Wethouders besluit te mandateren aan de afdelingsmanager Belastingen, respectievelijk de manager centrale diensten van de Coöperatie ParkeerService UA, ieder voor de aan hen in artikel 2 toegekende taken, om namens hem toe te passen de bevoegdheid:
als bedoeld in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
als bedoeld in artikel 66 van de Algemeen wet inzake rijksbelastingen;
tot het instellen van cassatie bij de Hoge Raad in belastingprocedures betreffende gemeentelijke belastingen van de gemeente en procedures op grond van de Wet waardering onroerende zaken;
tot het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting als bedoeld in artikel 255, vijfde lid van de Gemeentewet.
Ondermandaat van de bovengenoemde bevoegdheden is slechts toegestaan voor zover het de bevoegdheden in lid 1 onder a, b en d betreft.
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en op de wijze die is gesteld in art. 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
De datum van ingang van dit besluit is 2 april 2015.
Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Aanwijzings- en mandaatbesluit gemeentelijke belastingambtenaren 2015’.
Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum vervalt het Aanwijzings- en mandaatbesluit 2013 van 11 december 2012 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in het tweede lid genoemde datum.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van:
31 maart 2015
De secretaris, De burgemeester,
Publicatiedatum: 1 april 2015
Artikel 3
Aanwijzing ontvanger gemeentelijke belastingen en ontvanger parkeerbelastingen
Onderdeel van Aanwijzings- en mandaatbesluit gemeentelijke belastingambtenaren 2015