Naar hoofdinhoud

Financiering

Artikel 4

Richtlijnen en limieten uitzettingen

Onderdeel van Treasurystatuut Gemeente Losser 2015

1.. Op basis van liquiditeitsprognoses becijferde overtollige liquide middelen worden, met uitzondering van het zogenaamde drempelbedrag, aangehouden bij ’s Rijks schatkist. 2.. Koersrisico's op uitzettingen tot maximaal het drempelbedrag in vastrentende waarden worden beperkt door de omvang en de (resterende) looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de verwachte beschikbare liquide middelen. 3.. Voor de uitzettingen, tot aan het drempelbedrag, kunnen de volgende producten worden ingezet: rekening-courant spaarrekening daggeld deposito’s obligaties obligatiefondsen garantieproducten met een Fidoproof goedkeuring van het ministerie van Binnenlandse Zaken 4.. Uitzettingen in aandelen zijn niet toegestaan behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. 5.. Risico's bij uitzettingen in vastrentende waarden dienen te worden beperkt door slechts uitzettingen met een looptijd van 3 maanden of langer te doen bij financiële ondernemingen die: gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus; voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kan aantonen dat ze ten minste over AA-minusrating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. 6.. Voor uitzettingen met een looptijd van minder dan 3 maanden geldt dat in afwijking van lid 3b een financiële onderneming moet kunnen aantonen dat waardepapieren met ten minste een A-rating, afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus. 7.. Lid 5 en 6 gelden niet voor uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt.

Rechtspraak bij dit artikel