Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verhalen van de uitkering

Onderdeel van Beleidsregels Verhaal Participatiewet 2015

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van de uitkering: tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoel in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die een uitkering ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de aanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van uitkeringsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: 1. ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verleend dan wel anderszins onverschuldigd is betaald en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; 2. uitkering is verleend in de vorm van een geldlening of als gevolg van borgtocht. 2.. Behoudens in de gevallen als bedoeld in onderdeel e, derde lid, worden kosten van uitkering die meer dan vijf jaar voor de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel