Het college verrekent de recidiveboete met de uitkering gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het eerste lid verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Tot het inkomen, bedoeld in lid 2 van dit artikel worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, lid 2, sub n, r en z van de wet.
In afwijking van lid 1 wordt in het geval van inwonende minderjarige kinderen ook gedurende de eerste maand verrekend op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2
Verrekenen in relatie tot een beslagvrije voet
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive