Bij het niet voldoen aan de betalingsverplichting is een aanmaningsvergoeding als bedoeld in artikel 4:113 Awb verschuldigd (thans € 15,00) en vervolgens de kosten van een dwangbevel als bedoeld in artikel 4:119 Awb (circa € 73,00). Dit is niet onredelijk, omdat de debiteur door zijn gebrek aan medewerking extra werkzaamheden veroorzaakt. Verder is de debiteur wettelijke rente verschuldigd als hij in verzuim is. Als er echter uitstel van betaling is verleend, of als er een betalingsregeling loopt, wordt er geen rente in rekening gebracht.
Als de debiteur ook na het dwangbevel niet betaalt, zal er zo mogelijk vereenvoudigd loonbeslag worden gelegd op zijn inkomen. Dat kan het college zelf. Ook dan zijn er weer extra werkzaamheden nodig met daaraan verbonden kosten, waarvoor de debiteur in redelijkheid moet opdraaien. Zie ook artikel 58 lid 5 Participatiewet. Soms is het echter noodzakelijk om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen, bijvoorbeeld als een debiteur geen inkomsten uit loon of uitkering heeft, of als er de voorkeur aan moet worden gegeven om op een vermogensbestanddeel van de debiteur beslag te leggen. De kosten daarvan komen ook voor rekening van de debiteur. Het is dan echter de deurwaarder die deze kosten berekent en incasseert.
2.5 Slotbepalingen
HOOFDSTUK 4
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Beleidregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Wageningen 2015