Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Uitstroompremie

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

1.. Een uitstroompremie is van toepassing indien: de uitkeringsgerechtigde minimaal een aaneengesloten periode van één jaar uitkering heeft ontvangen; en aansluitend algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid in het kader van een Opstapbaan, aanvaardt en behoudt, dan wel werkzaamheden als zelfstandig ondernemer gaat verrichten; en daardoor de inkomsten van uitkeringsgerechtigde en eventuele partner meer gaan bedragen dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm; en nadat de arbeid zoals omschreven onder b tenminste zes maanden heeft geduurd. 2.. Een uitstroompremie is ook van toepassing indien: de belanghebbende die, aansluitend op gesubsidieerde werk in het kader van een Opstapbaan, algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en behoudt, dan wel werkzaamheden als zelfstandig ondernemer gaat verrichten; en belanghebbende direct voorafgaand aan het verrichten van gesubsidieerd werk in het kader van de Opstapbaan minimaal een aaneengesloten periode van één jaar uitkeringsgerechtigde was; en met het aanvaarden of verrichten van werk, zoals omschreven in a, het totale inkomen van de belanghebbende en eventuele partner meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm en; nadat de arbeid zoals omschreven onder a tenminste zes maanden heeft geduurd. 3.. In afwijking van lid 1 en lid 2 komt een jongere die, op het moment van aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerd werk in het kader van een Opstapbaan, nog niet de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt, niet in aanmerking voor een uitstroompremie. 4.. Als de uitkeringsgerechtigde gezamenlijk met een partner een uitkering ontving, ontvangen beide partners gezamenlijk één uitstroompremie. 5.. De premie moet tenminste zijn aangevraagd binnen 6 maanden nadat de periode genoemd in lid 1 sub d of lid 2 sub d is verstreken. 6.. De aanvraag geschiedt door indiening van een volledig ingevuld en eigenhandig ondertekend formulier dat door het college is vastgesteld. Dit formulier wordt ingediend onder overlegging van een werkgeversverklaring omtrent de gewerkte periode en zo nodig onder andere bewijsstukken die naar het oordeel van het college nodig zijn ter beoordeling van het recht op uitstroompremie. 7.. De hoogte van de uitstroompremie bedraagt50% van het normbedrag genoemd in artikel 21 sub c van de Participatiewet ( gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioen-gerechtigde leeftijd ).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel