Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 25.

Verrekenen bij geen of onvoldoende gelden.

Onderdeel van Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW IOAZ 2015

1.. Indien belanghebbende redelijkerwijs niet kan beschikken of niet beschikt over gelden ter hoogte van ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 2.. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel