De subsidieverlening kan worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan te veronderstellen dat:
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden;
de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet of onvoldoende aan de criteria voor subsidie in het subsidieplan voldoen, indien de activiteiten niet aanwijsbaar en direct of niet in substantiële mate ten goede komen aan inwoners van de gemeente of overigens onvoldoende een gemeentelijk belang dienen;
de aanvrager een organisatie vertegenwoordigt die op enigerlei wijze commerciële belangen nastreeft of die zijn opgezet vanuit commercieel oogmerk;
de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag kan leiden;
de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
activiteiten met een partijpolitiek of met een levensbeschouwelijk karakter zijn uitgesloten van subsidiëring.