Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Gemert-Bakel 2014

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: a.wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; b.college: college van burgemeester en wethouders; c.compensatieplicht: De plicht van het college om op aanvraag aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem advies, ondersteuning dan wel voorzieningen te bieden ter compensatie van hun belemmeringen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Hierbij houdt het college rekening met het gestelde onder 1 tot en met 5: Het college heeft de plicht om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is; Het college houdt rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om, uit oogpunt van kosten, zelf in maatregelen te (laten) voorzien, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid Wmo; Bij de beoordeling of een belanghebbende daadwerkelijk beperkt is in zijn mogelijkheden tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie op een van de vier ondersteuningsgebieden, zoals genoemd in artikel 4, eerste lid Wmo, houdt het college tevens rekening met de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende. Hieronder wordt verstaan de verantwoordelijkheid om de eigen mogelijkheden te verkennen en op eigen kracht dan wel via het eigen sociaal netwerk, de belemmeringen weg te nemen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en deze mogelijkheden ook te realiseren en onvoorwaardelijk in te zetten. De beoordeling van de eigen verantwoordelijkheid gaat vooraf aan de vaststelling van de compensatieplicht van het college. Deze wordt afgestemd op de mogelijkheden van belanghebbende op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid; Aan de bepaling van de reikwijdte van de compensatieplicht van het college gaat tevens vooraf een beoordeling van de mogelijkheden die een belanghebbende heeft om redelijkerwijs gebruik te kunnen maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende of collectieve voorzieningen; Bij het bepalen van de mogelijkheden op grond van eigen verantwoordelijkheid van een belanghebbende alsmede bij het bepalen van de mogelijkheden gebruik te kunnen maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende of collectieve voorzieningen, kan het college, desgevraagd of uit eigen beweging zo nodig een belanghebbende advies dan wel ondersteuning geven; d. melding: de melding aan het college dat er problemen zijn op grond waarvan iemand verzoekt om een gesprek; e.aanvraag: de aanvraag om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening; f.belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem, die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen; g.beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten; h.psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving; i.mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1 eerste lid onder b van de wet; j.huisgenoot: iedere persoon met wie de belanghebbende gemeenschappelijk een woning bewoont; k.leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet tezamen met één of meer ongehuwden een huishouden voeren, dan wel een ongehuwde meerderjarige die met één of meer minderjarige of meerderjarige ongehuwden een huishouden voert. Onder gehuwden worden daarbij ook verstaan ongehuwd samenwonenden en andere volwassenen die met elkaar of met minderjarige of meerderjarige kinderen samenwonen; l.gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle minder en meerderjarige leden van een leefeenheid danwel huisgenoten geldt om gezamenlijk voor het huishouden te zorgen; m.algemeen gebruikelijke voorziening: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; n.algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; o.individuele en collectieve voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt. Ook collectieve voorzieningen zijn voorzieningen die individueel worden verstrekt nu er een normale aanvraagprocedure geldt, een beschikking wordt afgegeven en bezwaar en beroep mogelijk is. Collectieve voorzieningen kunnen evenwel door meerdere personen worden gebruikt; p.eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; q.eigen aandeel: een door het college vast te stellen aandeel, die bij de verstrekking van een voorziening als financiële tegemoetkoming betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; r.voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; s.persoonsgebonden budget: een budget in de vorm van een geldbedrag dan wel een tegoedbon waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven; t.financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening; u.hoofdverblijf: de plek / plaats waar iemand woont. Aansluiting wordt gezocht bij het woonplaatsbegrip als bedoeld in artikel 40 eerste lid van de Wet werk en bijstand. Waar iemand zijn hoofdverblijf heeft, hangt af van concrete feiten en omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel