Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2013

Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. De aanvrager is vooraf door de gemeente op een neutrale wijze geïnformeerd over de onderscheidende elementen van het persoonsgebonden budget of zorg in natura. Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; van tevoren te voorzien is dat een voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden als gevolg van bijvoorbeeld een progressief ziektebeeld. In dat geval vindt verstrekking van de voorziening altijd in natura plaats. de aanvrager eerder een PGB is verleend op grond van de verordening en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen. De voorwaarden verbonden aan het persoonsgebonden budget en de regels omtrent verantwoording worden vastgelegd in de beschikking. Ter verantwoording van het uitbetaalde persoonsgebonden budget is de budgethouder verplicht om op verzoek van het college, binnen de door het college gestelde termijn, bewijsstukken in te dienen. Het betreft, in ieder geval, de volgende bescheiden: a) Voor zover het een aangeschafte voorziening betreft: Nota/factuur van de aangeschafte voorziening; Betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; b) Voor zover het hulp bij het huishouden betreft: Een ondertekende overeenkomst tussen budgethouder en hulp(en); Ingevulde Pgb-verantwoordingsformulieren over de gevraagde periode; Bewijzen van betaling betreffende de gevraagde periode (bijv. bankafschriften). a. Na ontvangst van de in het vijfde lid genoemde bescheiden beoordeeld het college of er aanleiding bestaat het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget in te trekken. b. Indien genoemde bescheiden niet of niet tijdig worden ingeleverd kan dat er toe leiden dat het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget wordt ingetrokken. c. Na intrekking van het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kunnen reeds uitbetaalde bedragen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd of verrekend.

Rechtspraak bij dit artikel