Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Mandaat

Onderdeel van Mandaatbesluit Omgevingsdienst Brabant Noord 2015

1.. Aan de directeur wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheid overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage, voor zover de daarin vermelde bevoegdheden verband houden met de uitvoering van de aan de omgevingsdienst verleende opdracht, vastgelegd in de artikelen 3, 4 en 5 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord d.d. 25 april 2013, de dienstverleningsovereenkomst en de bij deze overeenkomst behorende jaarprogramma’s en bijzondere opdrachten. tot het stilleggen van werkzaamheden indien er sprake is van een dreigend of acuut gevaar bij het uitvoeren van taken met betrekking tot regelgeving over asbestverwijdering en het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval , voor zover deze bevoegdheid verband houdt met de uitvoering van de aan de omgevingsdienst verleende opdracht, vastgelegd in de artikelen 3, 4 en 5 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord d.d. 25 april 2013, de dienstverleningsovereenkomst en de bij deze overeenkomst behorende jaarprogramma’s en bijzondere opdrachten; 2.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens het college of de burgemeester genomen besluiten.

Rechtspraak bij dit artikel