Je beseft dat je onderdeel bent van de overheid.
Je houdt je aan de wettelijke voorschriften en aan algemeen aanvaarde gedragsregels. Je treedt correct op tegen inwoners en bedrijven. Je discrimineert niet en verleent geen voorkeursbehandelingen.
Je voert jouw werk op een professionele manier uit. Je bent het visitekaartje van de overheid en past jouw gedrag in woord en daad en je presentatie daarop aan.
Je geeft de ambtelijke leiding en het bestuur juiste, relevante en volledige informatie. Situaties waarin je niet volgens jouw professionele normen kunt werken, stel je intern aan de orde.
Je gaat respectvol met jouw collega’s om. Je houdt er rekening mee dat normen en waarden onderling kunnen verschillen. Je bent aanspreekbaar op jouw gedrag.
Je gaat verantwoord om met middelen van de gemeente (gelden, diensten, goederen, kennis). Je vermijdt het maken van onnodige kosten.
Je kunt de keuzes die je binnen jouw werk maakt, verantwoorden.
Je ondersteunt de verantwoordelijkheid van jouw leidinggevende door hem of haar waar nodig te informeren.