Naar hoofdinhoud
1.In deze verordening wordt verstaan onder: a.‘wet’: Wet milieubeheer; b.‘afvalstoffen’: alle stoffen, preparaten of andere producten, die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; c.‘huishoudelijke afvalstoffen’: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; d.‘grof huishoudelijk afval’: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in ieder huishouden vrijkomen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden; e.‘bedrijfsafvalstoffen’: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen; f.‘straatafval’: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; g.‘gestapelde bouw’: een woongebouw dat uit meer dan één bouwlaag bestaat en bestemd is voor bewoning door meer dan één huishouden, bijvoorbeeld een flat, een appartementencomplex, boven- en benedenwoningen en maisonnettes; h.‘buitengebied’ het gebied gelegen buiten de bebouwde kommen, waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994; i.‘inzamelen’: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; j.‘ter inzameling aanbieden’: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waarbij de daadwerkelijke overdracht plaatsvindt op het moment dat de afvalstoffen in het inzamelmiddel of –voorziening zijn gebracht; k.‘inzamelmiddel’: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- en/of bewaarmiddel, zijnde een minicontainer of kca-box ten behoeve van één huishouden; l.‘milieupas’: een identificatiemiddel met een uniek, digitaal pasnummer voor de individuele registratie en afrekening van afval aanbod; m.‘inzamelvoorziening’: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e)bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot ten behoeve van meerdere huishoudens; n.‘gebruiker van een perceel’: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; o.‘wegen’: alle voor het openbaar verkeer openstaande doorgaande verharde wegen of paden met inbegrip van daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; p.‘motorrijtuigen’: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders; q.‘inzameldienst’: de krachtens artikel 7, eerste lid , aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; r.‘andere inzamelaars’: de krachtens artikel 7, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; s.‘inzamelvergunning’: de vergunning zoals bedoeld in artikel 11.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel