Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden de volgende vier maanden en de laatste vier maanden van het lopende boekjaar.
De voortgangsrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen:
de eerste viermaands rapportage vóór één juli van het lopende begrotingsjaar;
de tweede viermaands rapportage vóór één november van het lopende boekjaar,
de derde viermaands rapportage vóór één februari van het volgende begrotingsjaar.
De lijst met toezeggingen uit de programmabegroting vormt de basis voor de voortgangsrapportages.
De voortgangsrapportages richten zich uitsluitend op de voortgang van de toezeggingen qua planning en de bijsturingsmaatregelen.
Het college informeert de raad eenmaal per jaar vóór één november over de afwijkingen betreffende lasten en baten, en de bedrijfsvoering en bestrijkt de periode januari tot en met augustus van het lopende begrotingsjaar. In deze rapportage (Burap) wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van:
inkomsten uit de algemene uitkering;
de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;
resultaten uit grondexploitatie;
realisatie op begrote subsidieverwachtingen;
belastingopbrengsten
Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen. Van toepassing is de regeling aanwending onvoorzien.
Hoofdstuk
Artikel 7.