Naar hoofdinhoud
1. De bereikbaarheid van de tijdelijke inrichting moet zodanig zijn dat de hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance) het object tot op minimaal 10 m van de toegang kunnen benaderen. 2. Er moet ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten een doorgaande route met een breedte van 3,5 m en een hoogte van 4,2 m zijn vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en gemakkelijk kunnen worden verwijderd. In deze route mogen geen losse goederen (zoals vlaggen, kledingrekken en dergelijke) zijn geplaatst. 3. Een geschikte opstelplaats voor een brandweervoertuig moet verhard zijn op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een asbelasting van 10 ton (100kN) en een totaalgewicht van 15 ton 4. Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. 5. Gebouwen en bouwwerken achter een tijdelijke inrichting moeten altijd bereikbaar zijn. 6. Indien het terrein (tijdelijk) is afgesloten, moet de (brandweer)ingang duidelijk zijn aangegeven en het toegangshek gemakkelijk door de brandweer te openen zijn, dan wel door een bewaking snel worden geopend. 7. Rondom een tijdelijke inrichting (zoals tenten e.d.) moet een ruimte zijn vrijgehouden van ten minste 5 meter, tenzij de tijdelijke inrichting voldoet aan de eisen uit artikel 3.4.1., de opstelling van het interieur van de tijdelijke inrichting zodanig is dat redelijkerwijs geen branddoorslag of brandoverslag naar de vaste inrichting kan plaatsvinden en de loopsafstanden van de vluchtroutes de wettelijke eisen niet overschrijden. 8. Rondom een tijdelijke inrichting moet een ruimte zijn vrijgehouden van ten minste 5 meter. De inrichting mag voor een blinde gevel geplaatst worden indien deze beschikt over een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van ten minste 30 minuten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel