Deze regeling wordt aangehaald als: Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2015-2016.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 maart 2015
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Peter Veenman, Arnoud Rodenburg
gemeentesecretaris, burgemeester
Algemene toelichting
Het verbeteren van de waterkwaliteit is van belang voor de kwaliteit van leven. Een betere waterkwaliteit zorgt voor meer biodiversiteit en draagt daarmee bij aan het in stand houden van groene landschappen. De schaarste aan groene gebieden in de metropool Rotterdam Den Haag vergroot dit belang.
Het Hoogheemraadschap van Delfland werkt in de Bestuurlijke Tafel Water samen met de overheden aan onder andere de waterkwaliteit. Het IODS-convenant (Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam) is een samenwerkingsverband tussen diverse overheden dat voortvloeit uit de bestuurlijke afspraken die gemaakt zijn rondom de aanleg van de A4 voor het gedeelte tussen Delft en Schiedam. In dat convenant is de gemeente Midden-Delfland bestuurlijk aansprakelijk voor de pilot Groen ondernemen, een nieuwe landbouw. Het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Midden-Delfland hebben vanuit hun gedeelde belangen afspraken gemaakt om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door de gevolgen van erfafspoeling van agrarische bedrijven te beperken.
Invulling aan deze bestuurlijke afspraken wordt gegeven door subsidie te verstrekken aan agrarische bedrijven om maatregelen te treffen die zorgen voor een duurzame beperking van de gevolgen van erfafspoeling. Het gaat hier om een stimuleringssubsidie gericht op het treffen van bovenwettelijke maatregelen. Een aantal van deze bovenwettelijke maatregelen wordt op middellange termijn omgezet in wetgeving op basis van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Doelstelling verordening, KRW en DAW
De doelen op grond van de KRW moeten uiterlijk in 2027 zijn gerealiseerd en met het oog daarop is de verwachting dat nieuwe maatregelen in 2027 wettelijk verplicht zijn. De KRW richt zich op het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Op korte termijn is het echter mogelijk een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit te bereiken met het treffen van maatregelen op en rond de boerenerven. Op dit moment is de waterkwaliteit niet op het gewenste niveau. Een deel van de oorzaak is de nutriëntenemissie door landbouwkundig gebruik. Tegelijkertijd is sprake van een complexe bodemstructuur en watersysteem in het gebied. Grotendeels is sprake van een veenweidegebied met een zachte bodem.
Gelet op de milieuwinst die te behalen is, willen de samenwerkende overheden agrariërs stimuleren deze maatregelen op korte termijn te treffen. In verband met deze stimulans kent de verordening een beperkte werkingsduur tot en met 2016. Op deze wijze is sprake van een grote winst die 10 jaar eerder bereikt wordt dan de wettelijke maatregelen op basis van de KRW.
Landbouwbedrijven zijn verenigd in de regionale standsorganisaties van LTO Noord, de afdelingen Delflands Groen en Glaskracht Oostland. De landbouw is ook gebaat bij voldoende schoon en kwalitatief goed water. LTO Nederland heeft in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) beschreven hoe de land- en tuinbouw kan bijdragen aan het oplossen van de wateropgaven in Nederland; dit in combinatie met het versterken van de land- en tuinbouw. Dit plan beschrijft maatregelen op het terrein van waterkwaliteit, waterkwantiteit en ‘ruimte voor water’. Het project ‘erfafspoeling’ is niet direct een uitvoering van het DAW, maar sluit wel volledig aan op de uitgangspunten van dit plan ten aanzien van het verbeteren van de waterkwaliteit.
Staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen
Het verstrekken van subsidie aan ondernemingen kan de concurrentieverhoudingen op de vrije markt verstoren. Anderzijds is het regelmatig nodig om subsidie te verstrekken om overheidstaken te realiseren, waarbij de subsidie als stimulans voor ondernemers kan worden ingezet. Het verstrekken van subsidie is dan mogelijk, mits aan de Europese regelgeving op dit vlak wordt voldaan. Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening aan de agrarische ondernemingen heeft als specifieke overheidsdoelstellingen het stimuleren van maatregelen om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren en hierdoor het open agrarische cultuurlandschap van Midden-Delfland te behouden en te versterken.
De artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevat de regelgeving voor het voorkomen van een ongewenste beïnvloeding van de ‘markt’. De Verordening (EU), nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Vrijstellingsverordening MKB Landbouw) bevat algemene regelgeving op basis waarvan steun aan ondernemingen met de interne markt verenigbaar wordt verklaard. Agrarische bedrijven in het werkingsgebied van deze verordening vallen allen onder de definitieve van kleine of middelgrote bedrijven.
Deze verordening maakt gebruik van die bepalingen om agrariërs te stimuleren maatregelen te nemen om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door het beperken van de gevolgen van erfafspoeling. Subsidies aan kleine en middelgrote ondernemingen die passen binnen de criteria van de verordening van de Europese Commissie hoeven niet bij de te commissie te worden aangemeld. Volstaan kan worden met een kennisgeving. Na vaststelling van deze subsidieverordening wordt het noodzakelijke administratieve proces richting de Europese Commissie uitgevoerd.
In artikel 14, derde lid, onder a, b en c van de Verordening (EU), nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2015 (Vrijstellingsverordening MKB Landbouw), is bepaald dat investeringen in materiële activa of immateriële activa op landbouwbedrijven onder voorwaarden is toegestaan. De noodzakelijke maatregelen om erfafspoeling te beperken vallen binnen de criteria onder a, b en c, te weten:
De verbetering van de algehele prestatie en duurzaamheid van het landbouwbedrijf, met name door een verlaging van de productiekosten of de verbetering en omschakeling van de productie;
De verbetering van het natuurlijke milieu, de hygiëneomstandigheden of de normen inzake dierenwelzijn, voor zover de investering verder gaat dan de geldende Unienormen;
De aanleg en verbetering van infrastructuur in verband met de ontwikkeling, aanpassing en modernisering van de landbouw, inclusief op het gebied van de toegankelijkheid van landbouwgrond, ruilverkaveling en verbetering van land en de voorziening en besparing van energie en water.
Op basis van artikel 14, twaalfde lid, onder d, bedraagt de maximale steun 40% van de in aanmerking komende kosten. Van de mogelijkheid om dit percentage met 20% te verhogen op basis van artikel 14, dertiende lid, onder c, voor investeringen in gebieden met natuurlijke en andere specifieke beperkingen, is geen gebruik gemaakt. Het percentage in de gemeentelijke subsidieverordening valt hiermee binnen de maximale percentages van steun die in de Europese verordening zijn opgenomen.
Subsidieverordening Midden-Delfland 2013
Op de toekenning van subsidie zijn de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2013 van toepassing. Laatstgenoemde verordening biedt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels in te stellen. Hiervan is gebruik gemaakt door vaststelling van deze Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2015-2016. Op deze subsidieverordening zijn de in de Awb en de algemene subsidieverordening opgenomen voorschriften van overeenkomstige toepassing en worden in de nadere regels niet meer apart genoemd. In verband met een heldere communicatie is er voor gekozen om de naamgeving van het document aan te passen in ‘verordening’, in plaats van ‘nadere regels’.
Artikelsgewijze toelichting
Paragraaf 4
Artikel 18
Citeertitel
Onderdeel van Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2015-2016