Naar hoofdinhoud
Voor de uit de volgende wettelijke voorschriften voortvloeiende geldschulden wordt bepaald, dat de verplichting tot girale betaling niet van toepassing is: hondenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting; afvalstoffenheffing, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing; onroerende zaakbelastingen, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen; forensenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting; staangelden, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van staangelden; lig- en kadegelden, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden; liggeld voor pleziervaartuigen, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van liggeld pleziervaartuigen; begrafenisrechten, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten; rioolrecht, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van rioolrecht; toeristenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; de kosten van de keuring ten behoeve van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; verklaringen van geschiktheid, zoals bedoeld in artikel 34 en 35 van het Reglement Rijbewijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel