Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2:7

(Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden in een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen. 3.. De vergunning kan worden geweigerd indien: daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement. 5.. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel