Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1

Artikel 2.2

Verblijfsverbod

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde of veiligheid heeft verstoord of één of meer van de wettelijke bepalingen overtreedt die genoemd worden in de door de burgemeester vastgestelde feiten en termijnentabel, om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen in een gebied, dat door de burgemeester met het oog op het kunnen opleggen van een verblijfsverbod is vastgesteld. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan bedragen. 2.. De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijving van overtredingen (feiten en termijnen tabel), die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden, dan na overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel 14 van de Politiewet 1993.

Rechtspraak bij dit artikel