De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen
de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
(heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht,
in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
Vreemdelingenwet bepaalde.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2
Artikel 3:8
Toezicht door exploitant en beheerder
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening