De budgethouder kan de ondersteuning onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het niet-professionele (sociale) netwerk:
dat de persoon uit het niet-professionele (sociale) netwerk moet verklaren dat de ondersteuning aan de aanvrager voor hem niet tot overbelasting leidt,
dat de persoon uit het niet-professionele (sociale) netwerk op geen enkele wijze druk op de aanvrager heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling,
dat de inzet van het niet-professionele (sociale) netwerk aantoonbaar beter is en daarbij het belang van de jeugdige of zijn ouders centraal staat.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.4