**1..** Inwoners en andere betrokkenen hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
een onderwerp dat beeldvormend staat geagendeerd.
**3..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken kan dit doen over:
een onderwerp op de agenda bij het betreffende agendapunt; spreker meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier.
een onderwerp vreemd aan de agenda in het spreekuur van de commissie. Degene die van het spreekuur gebruik wil maken, kan dit tot 14 dagen voorafgaande aan de vergadering bij de griffie melden. De griffier brengt dit ter beoordeling in bij de vergadering van de agendacommissie.
**4..** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.
**5..** Elke spreker (artikel 3a) krijgt, in beginsel, maximaal 5 minuten het woord. De leden van de commissie kunnen vragen stellen aan de spreker. De totale tijd voor sprekers bedraagt per agendapunt maximaal 30 minuten. In bijzondere gevallen kan de voorzitter hiervan afwijken.
**6..** De voorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
**7..** Per commissievergadering worden maximaal 2 sprekers ingepland voor het spreekuur van de commissie (artikel 3b). Eventuele overige aanmeldingen schuiven, op volgorde van aanmelding, door naar de volgende commissievergadering.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 2
Artikel 18