**1..** Met betrekking tot de structurele activiteitensubsidies en de
budgetsubsidies worden ten aanzien van de professionele
instellingen de volgende subsidiabele kosten onderscheiden:
Personeelskosten.
Huisvestingskosten.
Organisatie- en materiële kosten.
Activiteitenkosten.
Afschrijvingskosten.
Gemeentelijke belastingen en heffingen.
Accountantskosten.
**2..** Op de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid worden
de volgende baten in mindering gebracht:
Eigen bijdragen van leden of deelnemers.
Ontvangsten van renten en beleggingen.
Ontvangsten van derden voor verrichte diensten.
Uitkeringen van verzekeringen.
Andere inkomsten waaronder sponsoring en donaties van
gelieerde organisaties en instellingen.
De baten worden in mindering gebracht op de kostensoorten waarop
zij betrekking hebben.
**3..** Niet in mindering gebracht worden de baten van incidentele
acties die er specifiek op zijn gericht inkomsten te verwerven,
met in achtneming van het gestelde in de artikelen 19 en 20
betreffende de egalisatie- en risicoreserve.