Met toepassing van de artikelen 4:37 eerste lid, sub f, en
4:44, tweede lid van de wet, legt het college
subsidieontvangende instellingen de volgende verplichtingen
op:
Instellingen die een incidentele subsidie ontvangen,
dienen binnen twaalf weken na afloop van de
activiteit een financieel en inhoudelijk verslag in
bij het college.
Instellingen die een structurele subsidie ontvangen,
dienen vóór 1 juni volgend op het boekjaar een
financieel en inhoudelijk verslag in bij het
college.
Instellingen die een budgetsubsidie ontvangen dienen
vóór 1 juni volgend op het boekjaar een financieel
en inhoudelijk verslag als bedoeld in artikel 4:75,
eerste lid van de wet in bij het college.
Het in het eerste lid genoemde financieel verslag
bevat:
Een exploitatierekening die betrekking heeft op de
gehele instelling.
Een balans die betrekking heeft op de gehele
instelling.
Bij een subsidie die een hoger subsidiebedrag dan €
25.000,- betreft: een beoordelingsverklaring
uitgebracht door een accountant naar aanleiding van
diens onderzoek van de jaarstukken en van de
administratie van de organisatie, waarvan expliciet
is vermeld of de verstrekte voorschotten zijn
besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens
de Algemene subsidieverordening Vlissingen 2008 en
waarin aandacht wordt besteed aan de rechtmatigheid
en doelmatigheid van de besteding van de middelen in
relatie tot de uitgevoerde activiteiten.
Het in het tweede lid onder c genoemde accountantsverslag
hoeft geen deel uit te maken van de financiële
verslaglegging indien de subsidie direct dan wel bij
verlening is vastgesteld.
Indien de begrote kosten van de gesubsidieerde activiteiten
minder bedragen dan € 25.000,- bepaalt het college in de
beschikking tot subsidieverlening de controle die in de
plaats van de accountantscontrole komt.
De financiële verantwoording c.q. de jaarrekening wordt op
dezelfde wijze ingericht als de begroting.
In het inhoudelijk jaarverslag wordt, naast een weergave van
de activiteiten en prestaties, verslag gedaan van de
gevolgde werkwijze.
Het tweede tot en met het zesde lid gelden niet voor
waarderingssubsidies.
Bij budgetsubsidies en subsidies waarop afdeling 4.2.8. van
de wet van toepassing is verklaard, dient de accountant een
beoordelingsverklaring uit te brengen naar aanleiding van
diens onderzoek van de jaarstukken en de administratie van
de instelling. In deze beoordelingsverklaring moet expliciet
zijn vermeld of de verstrekte voorschotten zijn besteed
overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze verordening
en waarin aandacht wordt besteed aan de rechtmatigheid en
doelmatigheid van de besteding van de middelen in relatie
tot de uitgevoerde activiteiten.
Het college beslist binnen zes maanden op een volledige
aanvraag om subsidievaststelling.
§ F.
Artikel 27.
Aanvraag tot subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Vlissingen 2008