Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014 kan subsidieverlening worden geweigerd indien:
Er naar oordeel van burgemeester en wethouders reeds voldoende bestaande voorzieningen zijn op het gebied, met betrekking tot de activiteiten ex artikel 2:1
Er naar oordeel van burgemeester en wethouders geen bijzondere noodzaak is tot aanvulling op het gemeentelijk beleid.
Het budget ter subsidiering van de activiteiten van art 2:1 niet toereikend is om verdere activiteiten te financieren. De chronologische orde van ontvangst bepaalt in dat geval welke (voldoende volledige) aanvraag voorgaat (wie het eerst komt wie het eerst maalt). In geval van kennelijke gelijktijdige binnenkomst, wordt er geloot.