**1..** De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdragen zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo.
(Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, Ministerie van VWS, 27 oktober 2014)
**2..** De normbijdrage, zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, bedraagt bij lage inkomens maximaal € 19,40 voor een alleenstaande en maximaal € 27,60 voor gehuwden per periode van vier weken, waarbij de volgende inkomensgrenzen gelden:
- ongehuwd persoon, jonger dan 65 jaar: € 22.331,-
- ongehuwd persoon ouder dan 65 jaar: € 16.634,-
- gehuwde personen, een of beide jonger dan 65 jaar: € 27.917,-
- gehuwde personen, beide ouder dan 65 jaar: € 23.046,-
**3..** Voor de volgende bouwstenen wordt een eigen bijdrage gevraagd, zolang de cliënt hiervan gebruik maakt en waarbij de daadwerkelijke kosten niet worden overschreden, maar tot uiterlijk een periode van 10 jaar:
coördinatie;
wonen;
hulpverlening;
huishoudelijke ondersteuning;
overige maatwerkvoorzieningen.
(Bouwstenen zoals gehanteerd in de inkoopprocedure Wmo. Zie Bijlage: ‘Tarieven Wmo 2015’)
**4..** De voorzieningen, vormen van ondersteuning en hulpmiddelen die onder de bouwstenen vallen, zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel, zijn nader beschreven in de bijlage van dit besluit: ‘Tarieven Wmo 2015’.
**5..** In afwijking van lid 4 van dit artikel wordt geen eigen bijdrage gevraagd bij:
rolstoelen (alsmede sportrolstoelen);
hulpmiddelen bij jeugdigen;
het tegen gereduceerd tarief gebruik maken van het collectief vervoer zoals bedoeld in artikel 4, lid 3 van dit besluit.
(In de brief van staatssecretaris van Rijn (VWS) van 18 juli 2014 geeft hij aan voornemens te zijn om rolstoelen en overige
hulpmiddelen voor jeugdigen tot 18 jaar vrij te stellen van eigen bijdragen. Vanaf 18 jaar geldt geen eigen bijdrage voor
rolstoelen.)