Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 1990

1.. Het salaris van de ambtenaar wordt met inachtneming van de verordening met betrekking tot methodische personeelsbeoordeling en de leidraad met betrekking tot beloningsbeleid binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag. 2.. De periodieke verhogingen worden toegekend: a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari en nadien telkens na één jaar. b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is op 1 januari van het jaar waarin zijn verjaardag valt. 3.. Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de onder a. bedoelde ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat. 4.. Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag. 5.. De ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting in militaire dienst is, als bedoeld in hoofdstuk C van het Algemeen Ambtenarenreglement, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn.Voor de toekenning van het salaris wordt genoemde tijd als diensttijd in aanmerking genomen.

Rechtspraak bij dit artikel