Het college stelt ambtshalve of op schriftelijk verzoek van een
belanghebbende vast of een persoon behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie.
Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep;
de persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
minimumloon te verdienen, en;
die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een persoon
tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De adviseur neemt
daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.
Om de loonwaarde vast te stellen, maakt het college gebruik van
een gecertificeerde en daarmee geobjectiveerde methode en
applicatie die tenminste voldoet aan de Regeling
loonkostensubsidie Participatiewet.
Voorafgaand aan de methode genoemd in het eerste lid, kan het
college de persoon die behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie, voor de duur van maximaal drie maanden,
onbeloonde werkzaamheden laten verrichten bij een
werkgever.
Het college zal via nadere regels de wijze waarop de loonwaarde
wordt vastgesteld in overeenstemming brengen met de Regeling
loonkostensubsidie Participatiewet, artikel 10e van de
Participatiewet en met afspraken in de arbeidsmarktregio.