Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) in werking getreden. Deze wet introduceert één nieuwe vergunning: de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning komt in de plaats van een reeks vergunningen, maar omvat ook ontheffingen.
In het geval een aanvraag om een omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan en geen medewerking mogelijk is met behulp van een binnenplanse afwijking, dan bestaat de mogelijkheid om medewerking te verlenen in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. De genoemde algemene maatregel van bestuur is het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), welke in bijlage II de categorieën van gevallen noemt waarin toch de omgevingsvergunning kan worden verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º van de Wabo. De voorliggende beleidsregels hebben betrekking op planologische afwijkingsmogelijkheden voor deze categorieën van gevallen. Het gaat om een omgevingsvergunning voor de volgende activiteiten: bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels Planologische Afwijkingsmogelijkheden 2015