Naar hoofdinhoud

Artikel 7:

Toekenning individuele voorzieningen via een beschikking

Onderdeel van Nadere regels persoonsgebonden budget Jeugd

Bij het verstrekken van een individuele voorziening als pgb wordt in de beschikking vastgelegd: voor welke individuele voorziening het pgb kan worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend; hoe de feitelijke betaling ten laste van het verstrekte pgb plaatsvindt; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Beleidskaders Het meerjarenbeleidskader jeugdhulp Kempengemeenten 2015-2019 heeft een aantal uitgangspunten benoemd rondom pgb. Bij de beoordeling van de vraag of de inzet van zorg via een pgb wenselijk is, moeten de volgende aspecten worden afgewogen: Is de kwaliteit geborgd op basis van de beschreven kwaliteitseisen? (zie art 7b, verordening). Is de persoon voldoende geïnformeerd? (zie art 8.1.3 jeugdwet) Kan de persoon de verantwoordelijkheden dragen die bij de inkoop van een voorziening komt kijken? (zie art. 8, verordening) Is pgb doelmatig in de zin van de bijdrage aan het gezinsplan? (zie art. 8.1b, verordening) Kost de verstrekking middels pgb niet meer dan zorg in natura? (zie art 8.2, verordening) In geval iemand in aanmerking komt voor specialistische ondersteuning, in de verordening jeugdhulp een individuele voorziening genoemd, zou deze persoon zorg in natura moeten krijgen. Dat is het uitgangspunt in de verordening jeugdhulp. Wanneer het pgb de enige mogelijkheid blijkt op grond van het gezinsplan en deze is niet als zorg in natura te verstrekken, dan kan daarvoor een pgb toegekend worden op basis van een aantal voorwaarden. In de verordening wordt aangegeven dat het college nadere regels stelt. Deze bepaling komt veel voor in verordeningen. Het vaststellen van een verordening is namelijk een bevoegdheid van de raad. Meestal bepalen zij wat de hoofdlijnen zijn en dat er nadere regels (uitvoeringsbesluit) vastgesteld moeten worden gezien de dualistische visie op de taakverdeling tussen de raad en het college. De nadere regels worden door het college vastgesteld. Een nadere regel is een algemeen verbindend voorschrift. Hierin mogen nieuwe voorwaarden en bevoegdheden staan (binnen de gegeven grenzen). Een nadere regel mag alleen worden opgesteld indien hiervoor een hogere wettelijke basis geldt (jeugdwet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel