Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost

1.. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een integrale ontwerpbegroting met meerjarenraming op voor het volgende kalenderjaar. De begroting met meerjarenraming is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. 2.. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting met meerjarenraming minimaal acht weken voordat zij wordt vastgesteld, maar uiterlijk vóór 1 mei, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze over de ontwerpbegroting ter kennis brengen van het Dagelijks Bestuur. Dit voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat toe aan de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 4.. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 5.. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient, aan Gedeputeerde Staten. 6.. Het Algemeen Bestuur zendt de begroting na vaststelling zo nodig aan de raden van de deelnemende gemeenten die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Rechtspraak bij dit artikel